Op zoek naar Northland
Een nieuw verhaal over de avonturen uit het woelige leven van Boy Olleman. En dat zijn er nogal wat!
Ik geniet van bijna elk moment dat ik hier ben en men zegt dat de tijd dan voorbij zou moeten vliegen. Voor mij lijkt vorige week wel een maand geleden, in de tussentijd heb ik zoveel spannende, vreemde, gezellige en mooie momenten meegemaakt dat ik af en toe even moet uitrusten om het allemaal niet te vergeten.
Twee weken geleden werd het tijd om na de goede zorgen in Whangaparaoa uit te vliegen. Op zoek naar het avontuur. Meteen werd ik geconfronteerd met de vriendelijkheid van de Kiwi's toen ik bij de bushalte naar de tijden stond te kijken en de buschauffeur zijn wagen speciaal stopte om mijn een rooster te geven. De volgende dag stond ik in alle vroegte op om volgens dat rooster op tijd in Whangarei aan te komen. Al snel ontmoette ik Chi, een Tokioos die met haar rugzak ook op weg was naar Whangerei om vanuit daar te gaan duiken in het mooiste water van Nieuw Zeeland. Dat vond ik niet verkeerd klinken, dus toen ik na aankomst mijn tent had opgezet heb ik ook meteen mijn duikafspraak gemaakt. Na een dag wandelen in de wonderlijke subtropische bossen die om het lelijke verlaten industriestadje bleken te liggen zat ik ook op de boot. Op weg naar de Poor Knights Islands. Na wat vluchtige instructies trok ik de flippers aan en nam de gasfles op mijn rug, klaar voor het superheldere water en op zoek naar vissen. Dat laatste bleek niet nodig,ik was nog geen 3 seconden in het water of ze zwommen recht langs mijn gezicht en onder mijn oksels door. In een oogopslag zag ik meer vissen dan je ooit in de viswinkel op de hoek zult vinden. En mooiere ook. Vormen waarvan je niet eens wist dat ze bestonden en 'alle kleuren van de regenboog' zou haast een understatement zijn. Dat gold trouwens ook voor de rotswanden. Alsof er een verftanker was gezonken wisselden het paars, het roze en het oranje elkaar af.
Maar ook na de 2 tripjes door wonderland was het avontuur nog niet voorbij. Op de boot raakte ik aan de praat met een duits duikstel en voor ik het wist was de deal rond; ik zorg voor eten op tafel, jullie brengen mij naar de Bay of Islands. En zo geschiedde het. Die avond stond mijn tent naast hun busje aan het strand van Paihia. Een strand waarop we de volgende morgen 3 haaienkoppen vonden. Een complete haai trof ik pas 2 dagen later aan. Omdat ik me in het toeristische Paihia niet te opvallend wilde gedragen, besloot ik maar mijn camera om mijn nek te hangen, mijn zonnebril op te zetten en een kaartje te halen voor een dolfijnentocht door de baai. Omdat ik de zon nog niet had gezien, en de rest van de dag zou veranderen in een lange regenbui, heb ik echter besloten de boot te verlaten nog voor deze vertrokken was. De volgende dag volgde een nieuwe poging. Een succesvolle, de dolfijnen sprongen vrolijk uit het water en leken het minstens net zo leuk als ik te vinden om met elkaar te zwemmen. Verder werd duidelijk waarom de Bay of Islands het zo goed doet bij de toeristen, het landschap valt te omschrijven als een grote blauwe plas water waar overal de eilanden en rotsen tussenuit steken. Een paradijs voor kapitein haak, en dus ook voor mij. Toch werd het de volgende morgen tijd om het paradijs te verlaten, op weg naar grotere rotsen en wildere golven, in dit land bekend als Cape Reinga, het noordelijkste puntje van het land. Mijn duim moest mij helpen de tussenliggende 200 kilometer af te leggen. En of het aan mijn duim lag of aan de vriendelijke autorijders, het ging uitstekend! Bij pech moest ik meer dan tien auto's wachten, bij geluk werd ik meegenomen gewoon omdat de bestuurder vond dat ik wel een autorit kon gebruiken ook al stond ik niet te liften. En zo arriveerde ik een paar uur later met Ben op de Cape. Ben was een amerikaan die de helft van het jaar op Antarctica werkt en de rest van het jaar vakantie viert. Cape Reinga was een wonderlijk landschap waar aan de ene kant de Grote Oceaan en de Tasmanzee uitvechten wie het sterkst is en aan de andere kant de bergen en valleien overgaan in witte stranden. Die witte stranden strekken zich uit langs de hele westkust van de Far North en zijn op de plattegrond te vinden onder 90 Mile Beach. 90 Mile Beach is geen 90 mijl, maar lang genoeg om 3 dagen ongestoord over het strand te lopen. En dat werd mijn missie, de volgende ochtend deed ik mijn laatste inkopen en liet Ben me zien hoe je een backpackers binnensneakt om je bestekset compleet te maken om vervolgens tussen de enorme zandduinen het strand op te lopen. Tot een uur of 6 was ik de koning van het strand, niemand anders leek zich aan het zand te wagen. Daarna heb ook ik de zandkorrels en de brandende zon ingeruild voor bomen en schaduw. Op weg naar de bewoonde wereld en vooral op zoek naar water. Deze opdracht bleek lastiger dan dat hij in mijn hoofd was. Toen het 8 uur werd en de zon zich langzaam richting Nederland bewoog, heb ik midden in het bos mijn kamp opgebouwd. Ook de volgende ochtend bleek de bewoonde wereld nog stukken verder dan verwacht. Het enige vocht dat ik nog had zat op mijn voorhoofd, en ik was ontzettend opgelucht toen ik langzaam een auto dichterbij hoorde komen. De echte opluchting kwam pas toen ik samen met mijn nieuwe fles water in het gras lag. Het gras waar ik heb gelegen tot ik naar een veilige camping ben gelift.
Mijn wandelmissie heb ik opgegeven en dus stond ik de volgende dag doelloos op. Op de viswerf niet ver van de camping kreeg ik te maken met een van de vele vriendelijke kiwi's. Ik had nog geen tien woorden met de vader van het jonge vissertje gesproken of ik was al uitgenodigd voor een dagje sightseeing. En zo zaten we even later met zijn vieren in de auto gepropt in het rustige noorden op weg naar een nog rustiger plekje. Dat bleek een rotsachtig landschapje aan de kust te zijn, de perfecte plek voor hun om de hengels uit te werpen, en de perfecte plek voor mij om de golvens op de rotsen te zien botsen. Met al een stuk kauri-gum als souvenir op zak werd het nu tijd om de enorme kauri-bomen te gaan bezichtigen. In het Waipoua forest kreeg ik ze te zien, bomen van 50 meter hoog, 5 meter breed en 2000 jaar oud. Enorm indrukwekkend en een mooie afsluiter van mijn tocht in het noorden. In ieder geval dat dacht ik toen nog. Tijdens de eerste lift de volgende dag besloot ik met mijn liftgevers mee te wandelen in een ander bos. Een woud met aan alle kanten enorme rechte palen van bomen, waardoor je vanzelf vergeet of ik nou zo klein ben of de bomen zo groot. Even later realiseerde ik me dat het allebei waarheden waren, ik liep terug naar de grote weg. De rustige weg bleek lang en saai te zijn, dus toen er na een dik half uur eindelijk een auto langsreed, gooide ik meteen mijn duim en mijn vriendelijke glimlach in de strijd. Ik kwam in een auto terecht met een stel Hawaiiaanse skateboarders, die een huis hadden in Donellys Crossing. In dat huis zou ik de volgende twee nachten verblijven. Twee nachten vuur stoken aan een riviertje en struiken vol met vuurvliegjes spotten, voordat ze me meenamen naar Auckland.
Na 3 weken reizen, ben ik weer terug op mijn thuisbasis in Whangaparaoa. Dit is een korte beschrijving van mijn avonturen die ik heb beleefd. Mijn volgende avonturen zullen zich waarschijnlijk afspelen op het zuidereiland. Op zoek naar werk en op zoek naar nog meer avontuur en nog meer vriendelijke mensen.
