29 juni 2006

Op zoek naar geen Te Puke

Kiwiplukken is reuzeleuk... voor de eerste vijf minuten. Daarna realiseer je je dat het niets meer is dan het constant herhalen van een proces dat nog geen halve seconde duurt. Na die eerste vijf minuten beginnen langzaam de irritaties te groeien totdat ze een maand of twee later hun toppunt bereikt hebben. Gelukkig worden op dat zelfde moment alle bomen officieel leeg verklaard door middel van een barbecue. Diezelfde bomen staan meteen te wachten op de snoeitangen, ik niet. Mijn dromen van de laatste dagen gingen allang niet meer over monotone lange boomrijen en kisten vol kiwi's. Ik droomde over al het andere landschap hier in Nieuw Zeeland. Gelukkig lag het in mijn eigen handen om die dromen werkelijkheid te laten worden.
En zo bevond ik me een week of twee geleden op de weg met Robert, Andy en Miran. Iets meer dan zeventig kilometer verder hadden de honderden kiwiboomgaarden plaats gemaakt voor de heuvels, stranden en eilanden van Whakatane. Het mooiste eiland van alle was toch wel de vulkaan, vijftig kilometer buiten de kust, en ooit White Island benoemd door Captain Cook.
Na een zonnige boottrip betraden we de stenen die een paar jaar terug de krater uit waren gevlogen. Bewapend met helm en gasmasker liepen we dwars door het enige actieve vulkaaneiland van Nieuw Zeeland. Stiekem hopend op een onverwachte uitbarsting en een hoop paniek moesten we onszelf tevreden stellen met de spectaculaire beelden van de binnenkant van de kraterwanden. Enkele uren later zetten we voet aan de veilige kust en besloten we alvast de kop van onze tocht naar de East Cape af te bijten. Nog voor zonsondergang hadden we een kampeerplaats aan het strand gevonden. Onder een heldere, volle maan vierden we onze dag met een kampvuur. De volgende morgen bleek het weer compleet omgeslagen. De regen, storm en nog meer regen besloten ons te vluchten naar Gisborne. Over kronkelwegen die vollagen met omgevallen bomen en naar beneden gegleden stenen, volgden we de afgronden en rivieren naar een opgepimpt nonnenklooster dat dezer dagen een rol als backpackers vervult.
Twee dagen duurde het voordat het weer ons eindelijk toeliet de vuurtoren van de East Cape en zijn uitzichten te aanschouwen. Het was even rijden en de schapen op de weg hielpen ook niet echt mee. Maar mocht een van ons nog een grammetje kiwistress in zijn bloed hebben zitten, dan had dat op dit uiterste puntje van de wereld zijn lichaam verlaten. Om nog langer van de rust te kunnen genieten, besloten we op de eerst mogelijke plek ons kamp op te bouwen, om een paar uur later onder de duizenden sterren ons ons kampvuur te laten doven door het hoogtij. De volgende morgen heb ik gedaan wat je hoort te doeb aan de East Cape; mijn wekker gezet om de eerste zonnestralen van een nieuwe dag over de aarde te zien schijnen. Een goed begin voor een dag die verder uit niets veel meer dan autorijden zou gaan bestaan. Langzaamaan gleden de kilometers snelweg onder ons door. Ofja.. snelweg, de highway 38 bleek voornamelijk een grindweg te zijn. Het uitzicht was des te mooier. We keken neer op Lake Waikeramoana, omringd door metershoge varens. Ik kon niet wachten op morgen, waarin we een vierdaagse wandeling door die omgeving zouden maken. Gelukkig was het slechts een nacht slapen voordat die dag zou komen.
Om elf uur 's morgens staken we de eerste hangbrug over. Het avontuur zou alleen maar groter worden. Al gauw lag ik, uitgegleden in een van de modderpoeltjes, in de modder. De bewegwijzering bleek moeilijk te vinden. Vaak moesten we over grote bomen klimmen en ons door wild struikgewas heenbanen om het pas terug te vinden. Jong en naief als we toen nog waren duurde het twee uur voordat we ons realiseerden dat een 'Great Walk' wel wat greater zou moeten zijn en dat we ergens in het begin een verkeerde afslag hadden genomen. Rond vier uur waren we al lang blij dat we anderhalve kilometer van de start ons kamp aantroffen. Na een goede nacht in de kale houten hut, liepen we de volgende morgen weer vol goede moed onder de poorten van groene bladeren en langs tientallen watervallen. Toen zeven uur later de wolken voor de wegzakkende zon begonnen te schuiven en onze rugzak met elke stap een kilo zwaarder leek te worden, waren we ook deze dag weer opgelucht toen we onze overnachtingsplaats bereikt hadden. Dit maal in de vorm van een camping. Uitgeput zetten we onze tenten op en trokken we al onze kleren aan om ons voor te bereiden op de winterse nachten van Nieuw Zeeland. Toch was het, na de opnieuw rustige nacht, wel even schrikken toen we ontdekten dat alle regen van de afgelopen nacht wit gevroren was en dat de bladeren op de tent in werkelijkheid naar beneden glijdende ijsbrokken waren. Al snel maakte de schrik plaats voor een gevoel van indruk. Het bos dat de vorige dag nog subtropisch aandeed, leek betoverd. Langzaamaan werd de magie verbroken door de zon, en regenpakken bleken nodig om ons onder een straalblauwe lucht te beschermen tegen de regen en hagel die van de palmbladeren neerviel. Van boven mocht het lijken alsof we ons in het einde van de isjtijd bevonden, onder onze voeten leken we de zuidpool op te lopen. Terwijl we de bergen beklommen, werd de sneeuwlaag dikker en dikker. Op zo'n duizend meter hoogte waren onze enkels gewend geraakt aan de sneeuw, konden we genieten van prachtige uitzichten en duurde het niet lang meer voor we onze hut vonden. De hele dag hebben onze kleren te drogen gehangen over de gaskachel om ze de volgende dag weer nat te laten regenen. Gelukkig was deze laatste dag een korte, aan het eind van de middag zaten we warm en droog in de auto op weg naar de luxe van Napier.
En luxe vonden we er. Twee avonden zijn we uit eten geweest, twee nachten konden we slapen op de beste bedden sinds maanden en twee uur in de wasserette veranderden onze kleren alsof we nooit hadden gewandeld. Napier zelf hadden we ondertussen wel gezien en dus gingen we op pad naar de volgende stad. In Hastings aangekomen, besloten we meteen dat het het beste was om maar in een ruk door te rijden naar Wellington.
De hoofdstad van Nieuw Zeeland is klein maar gezellig. We vonden er honderden eet- en drinktentjes, een sportscafe met het wk op groot scherm, wilde dansclubs op huiskamerformaat, een backpackers met een spa en een enorm museum over het land. Na drie dagen was helaas de tijd van gaan aangebroken. Na twee geweldige weken vertrokken zij naar het zuidereiland. Ik pakte de bus, door een schitterend witgesneeuwd Tongariro park, terug naar Te Puke waar de snoeitangen klaarlagen.