22 oktober 2006

Op zoek naar Fiji time

Ergens in de oceaan ligt een avonturenland. Een eilandengroep genaamd Fiji. Na een lange winter in Nieuw Zeeland was ik op zoek naar een plek met lange dagen en korte schaduwen en kwam in dit avonturenland terecht.
Ik had afgesproken met de Engelse Spencer op het vliegveld in Nadi, waar ik drie weken terug arriveerde. Op datzelfde moment zat Spencer zelf of in de Irish pub in Te Puke te drinken, of in de bar ernaast zijn dollars voor Fiji te vergokken. Ik besloot dus maar in mijn eentje het dichtstbijzijndste strand op te zoeken en voor ik het wist lag ik in een hangmat onder de palmbomen bruin te worden. 's Avonds werd het Fiji-gevoel nog eens extra opgewekt door een groep die in schuddende rieten rokjes en met bottenkettingen en brandende fakkels traditionele Fijiaanse dansen kwamen opvoeren.
De volgende ochtend stond ik met mijn Deense kamergenoot op de bus naar het centrum te wachten toen een kokosnoot op een haar na een wachtend meisje miste (De geruchten gaan rond dat er meer mensen aan kokosnoten sterven dan aan haaiaanvallen. Nadat de bus ongeveer honderd keer gestopt was om mensen langs de weg op te pikken, kwamen we eindelijk aan in de chaos die Nadi genoemd wordt. We wisten niet echt wat we in die chaos moesten doen maar gelukkig werd onze keuze makkelijk gemaakt, er was maar een straat. Al snel zat ik in het onformatiecentrum mijn trip te boeken naar een klein eiland in de Yasawa's, ook bekend als het paradijs van Fiji. De rest van de straat bestond voornamelijk uit toeristenwinkeltjes met verkopers die hun best deden zich voor te doen als je beste vriend. Voor ik het wist liep ik bij een ervan naar buiten met een handvol souvenirs waarvan ik me tot heden afvraag hoe ik eraan ben gekomen, maar vooral hoe ik eraf ga komen. Nadat we nog een wat tegenvallende Indische tempel hadden bekeken en voor een habbekrats onze magen hadden gevuld, zijn we in een tropische regen teruggereden. Een dag later zat ik op een boot op weg naar mijn paradijs, en ondanks dat de wolken nog niet waren verdwenen, paradijselijk was het zeker. Ik werd verwelkomd door zowel een Fijiaanse lunch, als een prachtig wit strand bezaaid met kokosnoten. Ik heb er voornamelijk op het strand gelegen, kokosnoten geplukt, gesnorkeld en de riffen en gekayakt in de Blue Lagoon.
Hoe perfect het allemaal ook mag klinken en ook zeker was, het beste moest nog komen. Door een medewerker die zichzelf voorstelt als 'The Queen' werd ik uitgenodigd naar zijn dorp, Dawara. Zonder twijfel zat ik op de boot terug naar het 'mainland' waarmee slechts het grootste eiland wordt bedoeld. Als toerist betaal je twee keer zoveel voor de overtocht dan de locals en dus deed ik me voor als het neefje van the Queen, maar helaas trapten ze daar niet in. Later die middag werd ik verwelkomd in een huis in Lautoka, waar we kava hebben gedronken en hebben geslapen. Een beetje dan, middenin de nacht stonden we op om om drie uur de bus te halen. 7 uur later bracht die bus ons naar een boot die eruit zag alsof hij ter plekke zou gaan zinken. Alle Fijianen leken dit echter geen probleem te vinden, ik volgde hen dus maar het dek op en kwam inderdaad enkele uren later veilig aan op Venua Levu. De reis was echter nog niet afgelopen. In dezelfde categorie als de boot, stond er een bus klaar. Over gravelwegen hobbelden we onze weg naar Dawara. Twee ritten van elk drie uur omdat de kortere weg nog onbegaanbaarder scheen te zijn. Hoe steiler de bergen werden hoe langzamer de bus. Soms zelfs zo langzaam dat we even terug achteruit moesten om het met een nieuwe aanloop een tweede poging te geven. Alles bleek echter dik de moeite waard. De bus was het enige object in de wijde omgeving dat niet groen was, ik heb nog nooit zoveel bomen gezien. Ik had begrepen waarom de Yasawagroep het paradijs was, maar begon minstens net zo goed te begrijpen waarom dit het verborgen paradijs werd genoemd. Zoveel pracht, toch had ik nog geen andere blanke gezien sinds ik op de boot was gestapt.
Eindelijk in Dawara aangekomen werden we opgewacht door een groep kinderen die ons hielpen met spullen sjouwen. We bula'de ons onszelf naar ons huis en uiteraard werd niet veel later de dag afgesloten met een kom kava waar mij verteld werd dat ik de eerste Europeaan in het dorpje was.
Kava is de nationale traditionele drank in Fiji die overal wordt gedronken en vooral in Venua Levu groeit. Het wordt in een soort ceremonie gedronken en mij was verteld dat je er slaperig van wordt, maar je voelt er niets van.
De volgende morgen bezochten we het dorpsschooltje. Ik kreeg een warm welkomswoordje, een grote bloemenkranms en werd naar voren gehaald. Alle 50 leerlingen begonnen het schoollied en het volkslied te zingen. Toen even later een meisje zich spontaan aan me voorstelde, stond er al gauw een gigantische groep kinderen die me allemaal een handje wilde geven voor mijn neus. Vanaf dat moment zou ik altijd wel worden omgeven door een paar schoolinderen. Ze gaven me een rondleiding, zwommen met me in de rivier en zongen Fijiaanse liedjes voor me.
's Avonds liet dezelfde leraar als die morgen me zien hoe een kroegentocht op 3 uur van de bewoonde wereld eruit ziet. Nadat we al zijn kava hadden opgedronken en de meesten naar hun bed waren gegaan, stonden wij op de heuvel neer te kijken op het dorp, op zoek naar verlichte huizen. Licht om twaalf uur betekent een kavaceremonie. Daar zouden we naar binnenlopen en meedrinken tot het einde. Vier 'bars' later was het hele dorp donker en gingen ook wij naar bed.
Zaterdagochtend ging ik met Basilico, een groep kinderen en twee andere gasten, die the Queen had uitgenodigd en ondertussen waren gearriveerd, naar de plantage. Onderweg maakten de kinderen speren, plukten ze kokosnoten, verdwenen in de bosjes om terug te komen met suikerriet of een zelfgemaakt armbandje dat ik omkreeg. Op de plantage aangekomen, plukten we terro bladeren en ander voedsel dat op de kayak werd geladen en wat, na een lange zwemtocht met bananenboomstammen als houvast, met vis en garnalen uit de rivier als lunch werd opgediend.
's Avonds was het kava drinken bij Jesse. Jesse heeft het gebruik dat als je voor het eerst bij hem komt drinken, je icecream krijgt. Icecream staat voor een overvolle mok in plaats van de gebruikelijke halve kokosnootschil. Tien icecreams later begon ik toch toe te geven dat de verhalen wel eens waar konden zijn. Duizelig ben ik naar huis gelopen en de dag erna heb ik op mijn kerkbezoek weinig uitgehaald.
Maandag werd ik meegenomen naar de goudmijn waar we 's avonds Fiji-dag hebben gevierd. En dinsdag was de waterval aan de beurt. David, die in zijn hoofd plannen maakten als tourgids, bracht me naar een regenwoud waar de papegaaien over mijn hoofd vlogen terwijl hij de planten weghakten om een weg naar de rivier vrij te maken. We liepen langs de rivier naar beneden en kwamen uit aan de top van een waterval, waar we langs de steile stenen naar beneden klommen om onderaan in de poel te springen.
De laatste dag bestond vooral uit een afscheids-kava-party en bedenken hoe ik het snelst terug kon komen. De week was omgevlogen toen ik in de bus zat en Jesse kwam aangerend met drie kavawortels van de beste kwaliteit.
De bustocht was dit keer nog extremer dan op de heenweg. Een halfuur nadat ik in de bus was gestapt hield de versnellingsbak ermee op en moesten we wachten op een minibusje die ons veilig naar Savusavu zou brengen. Daar vertrok om 8 uur 's avonds mijn boot en tot die tijd kon ik bij Queens nichtje wachten. De boot had echter drie uur vertraging en dus werd ik meegenomen naar een ander familielid zodat ik ook deze dag mijn kava niet zou missen. De twaalf uur lange overtocht naar Suva heb ik vooral slapend doorgebracht. Daar heb ik meteen de bus gepakt naar Lawai, het dorpje van Queens zus. Niemand daar wist van mijn komst af, en Queens zus zelf was niet thuis, maar binnen vijf minuten lagen mijn spullen naast mijn bed.
Ik vertelde een man dat ik de volgende dag naar Natadola beach wilde en dus stond hij de volgende morgen voor de deur om even later een vriend op de weg aan te houden die ons op het strand afzette. Het beste strand van het mainland was mooi, maar vergeleken met het paradijs viel het toch een beetje tegen. Wel was het een mooi afscheid van Fiji, de dag erop zou ik alweer terugvliegen naar Christchurch...
Ik verliet een land waar ik alleen aankwam maar honderden vrienden achterliet. Vrienden waarmee ik ga proberen oudjaar te vieren.