Het was in Invercargill dat ik op mijn bed mijn kapotte camera zat te bekijken. Het was een dag later, op hetzelfde bed, dat ik mijn gloednieuwe camera zat te bewonderen en een plan zat te maken om mijn laatste weken in Nieuw Zeeland met een paarhonderd dollar minder door te komen. Het was ook zo een beetje de laatste keer dat ik op een bed kon zitten. Vanaf nu moest mijn tent weer tevoorschijn komen. Wandelen was namelijk de oplossing. Een goedkope manier om de mooiste plekken van het land te zien te krijgen.
Maar eerst nog ging ik op weg naar de allermooiste plek van alle mooie plekken. In ieder geval, zo werd Milford Sound beschreven door bijna iedereen die er ooit geweest was. Ook ik heb me ondertussen bij die mensen gevoegd. Een en al indrukwekkigheid, die al begin op de weg er naartoe. De beste beschrijving is waarschijnlijk ' ga er zelf heen'. Mocht dat even niet uitkomen, stel je dan enorme verticale muren van bergen voor, die bovenin de wolken verdwijnen. Versierd met honderden witte slierten van wit water die naar beneden suizen. Meer watervallen dan je ooit hebt gezien. Als je de auto even langs de weg zet, uitstapt en met je ogen halfdicht de weg laat verdwijnen, krijg je een idee van wat ik de volgende dag op een boot zou ervaren. Berg na berg komt uit het water tevoorschijn. Watervallen zo hoog dat zelfs de grootste toeristenboten niets meer dan speelgoed lijken. Je wordt omringd door een landschap zo onaangetast dat het niet onlogisch is om je afte vragen of er tussen die bergen misschien nog aotearosaurussen rondlopen. Ach... ik had al gezegd wat de beste beschrijving was.
Ik ging iets meer landinwaarts om via de Caples track richting Queenstown te lopen. De pracht van de dag ervoor was nog lang niet verdwenen. Elke klim was de moeite waard en werd beloond met een uitzicht op de bergen waar de sneeuw de zomer had overleefd. Om korting te krijgen op de benzine hadden Claas en ik de week ervoor overdreven veel boodschappen gedaan, waardoor ik nu liep te sjauwen met een rugzak die veel te zwaar was door de gigantische ingeslagen rantsoenen. Dat dat alles bedoeld was, bleek toen ik een man tegenkwam die me overtuigde dat ik de Routeburn Track zeker niet mocht missen. Drie nachten later was ik via de mooie, maar iets minder spectaculaire, Greenstone Track naar het begin van de Routeburn gelopen. Die ochtend liep mijn wekker belachelijk vroeg af, maar ook dat was bedoeld. Om de dure hutten te ontwijken moest ik de wandeling, die eigenlijk voor drie dagen stond, nog dezelfde dag uitlopen. Het bleek allemaal moeilijker te klinken dan het in werkelijkheid was. Bovendien had de man gelijk. Het was een prachtige tocht, lopend langs afgronden terwijl de bergpapegaaien kraaiend over mijn hoofd vlogen. Moeilijker of makkelijker dan ik verwacht had, mijn voeten waren kapot toen ik bij het einde aankwam. De lift naar Queenstown leek een zegen. Schijn bedroog. Het is altijd rot om vanuit het prachtige niets in de stad te komen maar de hectiek van toeristenmekka Queenstown was extreem.
En met die mening zette ik later samen met een Russische Israelier voet in de sneeuw rond Mount Cook. De wolken zaten in de weg om van eindeloze uitzichten te kunnen spreken maar elke sneeuwbal was de moeite van het klimmen waard. Ook de ijsschotsen de volgende dag in het water die in de keiharde wind op en neer danste zal ik niet snel vergeten.
Een echte grote ijsschots zag ik toen ik naar Franz Josef was gelift en de gletsjer, die vanuit de bergen het regenwoud in loopt, aan het bewandelen was. Ik maakte kennis met een Canadees die, toen hij me pindakaassandwiches zag smeren tussen alle meegebrachte lunchpakketten, vertelde over een vrij bed in zijn motelkamer.
Een zacht bed, een warme douche en iemand die mijn pizza betaalde, het enige dat ontbrak was een goed bad. Maar ook daar had mijn lot rekening mee gehouden. De Copland Track, waar ik de volgende dag aan begon, kwam uit bij een stel onvoorstelbare natuurlijke hotpools. Groen, rood en oranje, maar vooral het beste wat er op je kan liggen wachten na een dag blaren kweken. Het leverde wat vertraging op.
Ik kwam een dag later aan dan verwacht. Ook ontdekte ik dat ik nog minder geld had dan waar ik op rekende. Met pijn in mijn hart gaf ik toe aan mijn financiele situatie. Ik gaf me over en begon te liften naar Blenheim om daar mijn laatste dagen in de wijngaarden te slijten.
Was dit dan echt het einde? De weg was lang en ik had zat tijd om van gedachte te veranderen. In St. Arnaud stapte ik uit en flanste ik een wandeling door het Nelson Lakes National Park in elkaar. Door de dikke mist ging ik de bergen in. Twee dagen later kwam ik onder een strakblauwe lucht, nog een keer genietend van de uitzichten, over de bergruggen terug.
Met tien gaten in elk van mijn schoenen kwam ik, terug van weggeweest, aan in Blenheim. Een stel oude bekenden, wat barbeques en een paar extra yuans voor China.